Advies stedenbouwkundige verordening in VGT

Integrale toegankelijkheid waarmaken is belangrijk om inclusie van personen met een handicap waar te maken.

Dit deeladvies van NOOZO geeft aanbevelingen voor de bijsturing van één specifiek beleidsinstrument: het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid van 5 juni 2009.

Inter, het Vlaams toegankelijkheidsagentschap, evalueerde de toepassing en naleving hiervan van de regelgeving. De verordening is 10 jaar in voege.

NOOZO is verontrust over de centrale vaststellingen in het evaluatieonderzoek. Geen enkel onderzocht gebouw bleek toegankelijk conform de wetgeving. Ontwerpers blijken de verordening onvoldoende toe te passen en stedenbouwkundige ambtenaren controleren onvoldoende de naleving van de regels ervan. Er blijkt tenslotte ook te weinig handhaving en controle bij de realisatie van gebouwen te zijn. De gebouwen staan er gewoon en worden gebruikt.

Onze aanbevelingen:

  • In lijn met de verwachtingen van het VN-verdrag heeft Vlaanderen nood aan de opmaak van een actieplan toegankelijkheid. Dit actieplan moet inspanningen verwachten van alle bestuursniveaus en alle maatschappelijke domeinen. Belangrijk in de uitwerking van een actieplan is een nulmeting, het formuleren van prioriteiten en het formuleren van einddoelen. Het Vlaamse Gelijkekansenbeleidsplan 2020-2024 biedt aangrijppunten om een actieplan toegankelijkheid uit te werken.
  • Voor NOOZO is er nood aan onderzoek naar hoe men het recht op toegankelijkheid beter afdwingbaar kan maken. Er is een juridische instrumenten nodig naast het recht op redelijke aanpassingen.
  • Er is nood aan meer controle op en betere handhaving van toegankelijkheidsnormen voor publiek toegankelijke gebouwen. Men moet alle betrokken actoren beter en blijvend informeren en waar nodig voor hun verantwoordelijkheid plaatsen. Er is nood aan steekproefsgewijze controle op omgevingsvergunningen en een toegankelijkheidskeuring bij in gebruik name van gebouwen. Men moet tekortkomingen inzake toegankelijkheid daadwerkelijk wegwerken. Waar dit niet of onvoldoende gebeurt, moet men via boetes sanctioneren.
  • Strenger controle en handhaving van toegankelijkheid vraagt misschien een andere wettelijke kader van toegankelijkheidsnormen. NOOZO vraagt onderzoek naar hoe handhaving buiten het kader van ruimtelijke ordening eventueel kan gebeuren.
  • De reikwijdte van toegankelijkheidsnormering moet verbreden. Vanuit de zorg voor integrale toegankelijkheid moeten men niet-planafleesbare elementen toetsen. Bruikbaarheid van gebouwen is ruimer dan fysieke toegankelijkheid. Ook bestaande gebouwen waarbij geen werken worden gepland moeten op termijn voldoen aan toegankelijkheidsnormen. Toegankelijkheidsnormen rond nieuw te bouwen of te verbouwen private gebouwen moeten worden vastgelegd. NOOZO steunt daarnaast voorstellen over een meer toegankelijke werkplek, horeca, studentenhuisvesting en erfgoed.
  • Er zijn verdere inspanningen, zoals opleiding van bouwprofessionals en sensibilisering van bouwheren, nodig om onterechte opvattingen rond toegankelijkheid de wereld uit te helpen. Toegankelijkheid realiseren is niet altijd duur of lastig. Meerkosten vallen zeker bij nieuwbouw mee.
  • De overheid moet de slagkracht van Inter naar lokale besturen versterken. Inter moet zich via structurele subsidiëring kunnen richten naar alle Vlaamse steden en gemeenten en kennis delen over integrale toegankelijkheid. Belangrijk voor de Vlaamse adviesraad handicap is echter, naast en in aanvulling op Inter, deskundigheid inzake toegankelijk een brede basis te geven.